Skip to main content

Fort Kochi - Jacob Bernard Weinsheimer (1745-1790)

Jacob Bernhard Weinsheimer werd geboren op 25 november 1745 in het Duitse Solsenheim en hij overleed op 1 maart 1790 in Kochi. Hij vertrok op 19 mei 1763 als soldaat met de Vrouwe Petronella van de kamer Enkhuizen als Jacob Bernard Weijns Heijmer van Sassenheim naar Colombo.[i] Op Ceylon maakte hij carrière en in januari 1781 werd hij overgeplaatst naar Kochi. Hij was in de bloei van zijn leven en leerde Wilhelmina van Harn kennen. Zo op het oog een aantrekkelijke partij, want zij was de dochter van Reinier van Harn, opperkoopman titulair, secunde en hoofdadministrateur van Mallabaar.[ii] Er kleefde echter een smetje aan deze jongedame en dat was dat haar ouders nooit getrouwd zijn. Haar moeder was de vrije vrouw Elizabeth van der Werff.

Wilhelmina was gedoopt op 7 mei 1766 in Souratte (Surat). Vier jaar later, op 6 oktober 1769, werd er nog een dochter geboren uit de verbintenis van Reinier van Harn en Elisabeth van der Werff, genaamd Josia Magdalena. Vrijwel meteen daarna verhuisde het gezin naar Kochi. Hoewel de beide meisjes bij de doop meteen de achternaam van de vader kregen, hadden zij als buitenechtelijke kinderen geen enkel recht ten aanzien van hun vader en zijn familie in Nederland. Bij resolutie van 20 juni 1779 werden de meisjes op zijn verzoek gelegitimeerd (gewettigd) door de Edele Hoge Regering van Nederlands-Indië bij resolutie van 20 juni 1779. Zo veranderde hun status met een pennenstreek.

Op 10 april 1782 vroeg Jacob Weinsheimer toestemming om met Wilhelmina te mogen trouwen. Hij was 26 en zij zal rond de huwelijksdatum 16 jaar oud zijn geweest.[iii] Vrijwel meteen was Wilhelmina in verwachting. Adriaan Reinier werd op 30 maart 1783 ten doop gehouden door zijn grootvader Van Harn en zijn tante Josia van Harn.[iv] Op 18 april 1784 werd Helena Josia gedoopt. Ook nu waren grootvader Van Harn en tante Josia de getuigen. Op 23 oktober 1785 volgde de doop van Johan Jacob en op 30 september 1787 die van Wilhelmina Elisabeth. Op 9 november 1788 werd Willem Johannes ten doop gehouden. Getuigen waren Johannes Wolf en Catharina Sara Smit[v] en op 6 december 1789 werd als laatste Johanna Elisabeth gedoopt met als getuigen Arnoldus Lunel en Cornelia Eilsabeth Bartels.[vi] De financiële toekomst voor Jacob Weinsheimer en zijn gezin zag er rooskleurig uit. Jacob was bij zijn huwelijk nog luitenant, maar was inmiddels bevorderd tot kapitein. Maar de werkelijkheid blijkt vaak weerbarstiger. Zo ook nu.

De geboorte van zijn laatste kleindochter heeft Reinier van Harn niet meer meegemaakt. Hij overleed in Kochi op 16 maart 1789. Die ochtend spoedde Arnoldus Lunel zich naar het sterfhuis van Reinier van Harn waar Jacob Weinsheimer en Johan Frederik André, de echtgenoot van Josia, hem een verzegeld testament ter hand stelden. Het was het zesde testament dat Van Harn had opgemaakt op 3 november 1786. Samenvattend kwam het er op neer dat al zijn kleinzonen 4.000 ropijnen kregen, de kleindochters kregen ieder 3.000 ropijnen. De vrije vrouw Elisabeth van der Werf die bij hem woonde 6.000 ropijnen, huisraad, 3 totslaafgemaakte vrouwen met de 3 meisjes die hun ouders moesten volgen. Zijn broer Johan kreeg een vierde deel van het restant van zijn erfenis en zijn twee dochters die buiten het huwelijk bij Elisabeth van der Werf verwekt zijn, kregen het overige driekwart deel.[vii] Van Harn had op dat moment nog een tegoed aan salaris in Nederland staan van 11.976 gulden en 70 cent. Zijn beide schoonzoons machtigden medicus Dr. Johannes van Oosterhout uit Amsterdam om het bedrag in ontvangst te gaan nemen bij de kamer Amsterdam.[viii]

Op 1 maart 1790 overleed ook Jacob Weinsheimer. Hij liet zijn 23-jarige vrouw achter met zes kleine kinderen in de leeftijd van zes jaar tot drie maanden. Hij was al ziek toen zij samen op 8 februari 1790 een testament op lieten maken. Het is een standaard testament, waarbij zij elkaar over en weer tot universeel erfgenaam benoemen. De langstlevende moest voor de kinderen en hun erfenis zorgen tot ze 25 werden of zoveel eerder als zij trouwen. Als de langstlevende eerder hertrouwde, moest het erfdeel van de kinderen onder het beheer komen van de weesmeesters. Als voogden werden benoemd Arnoldus Lunel, secretaris van politie en Johannes Wolf, boekhouder. Veel tijd om zich over haar toekomst te beraden, nam Wilhelmina niet. De erfenis met een waarde van circa 20.000 ropijnen of circa 30.000 guldens werd geregeld. Een deel bestond uit salaris van de VOC waarvoor obligaties verstrekt werden. Daarnaast was er een huis, en de opbrengst van de verkoop van de huisraad en juwelen. Amper vijf maanden na de dood van Jacob, op 2 augustus 1790. Barely five months after Jacob's death, on 2 August 1790,[ix] Wilhelmina and Lodewijk Josef Soutter van Tham from the Alsace (Germany) asked permission to get married. She left her five children in the orphanage and left for Colombo.[x]

Jacob werd begraven op de Nederlandse begraafplaats in Fort Kochi. Zijn monument bestaat uit een zuil op een sokkel, geplaatst op een tombe met een plaquette. De tekst luidt:  Hier Rust /ter saligen opstanding / het lyk van de / weledelen manhaften Heer / Jacob Bernard Weinsheimer / in leven kapitain van militair / gebooren te Solsenheim / den 25 November 1745 / obiit den 1ste Maart 1790. 

Het zat de kinderen Weinsheimer niet mee. Ze waren opgenomen in het weeshuis, dat ook hun geld moest beheren maar dat eigenlijk niet voor elkaar kreeg. Het salaris van hun vader dat vanuit Nederland overgemaakt moest worden, bleef achterwege door de financiële situatie van de VOC.

Wilhelmina en Lodewijk kwamen wel weer terug naar Kochi met de drie kinderen die zij in Colombo hadden gekregen. Op 13 januari 1793 gaf Wilhelmina de voogdij van de twee oudste zonen Reinier en Johan, 9 en 6 jaar oud, aan Abraham Sluisken, voormalig directeur van Souratte, die op het punt staat om te repatriëren naar Nederland. Zij wilde dat hij haar zonen onder zijn hoede nam en hen in Nederland naar Johan van Harn in Gelderland zou brengen. Of de jongens echt vertrokken zijn, is niet duidelijk. Wilhelmina werd niet oud. Zij overleed 13 maart 1794 in Kochi en werd op 9 oktober van datzelfde jaar gevolgd door Lodewijk Soutter. Hij zou een testament hebben laten opmaken en 8 kinderen hebben nagelatenIn ieder geval een van de kinderen, Helena, bleef in Kochi wonen.[xi]

Text plate on the tomb of Weinsheimer (photo René ten Dam, 2020)Textplaat op het grafmonument van Weinsheimer (foto René ten Dam, 2020)

Helena

In 5 april 1794 vertrok de 21-jarige Jean Gérard le Personne als jong matroos met het schip Zuidpool van de kamer Zeeland op weg naar Ceylon. Op 1 januari 1795 zou het daar als laatste VOC-schip aankomen.[xii] Het nieuwe jaar begon ongelukkig voor de ambitieuze Utrechtenaar, want het gebied lag onder vuur van de Engelsen en op nieuw personeel zat men niet meer te wachten. Bij de afvaart van de Zuidpool was hij absent. Hij moest op de een of andere manier zelf in zijn levensonderhoud voorzien in omgeving die weinig toekomst leek te bieden. Op de één of andere manier kwam hij in Kochi terecht. Hij bleek prima voor zich zelf te kunnen zorgen en trouwde daar op 24 juni 1798 met de, op papier bijzonder welgestelde, 14-jarige Helena Weinsheimer. Door met haar te trouwen moest de weeskamer haar erfdeel uitbetalen, maar dat stuitte op problemen.

De inname van het Nederlandse fort door de Engelsen had veel verwoestingen met zich meegebracht. Zo waren ook een deel van de beleggingen van de weeskamer vernietigd. Ook hadden veel weduwen leningen afgesloten door verpanding van hun huizen. De waarde van deze huizen daalde snel na de verwoesting van het fort. Omdat veel personeel van de VOC als krijgsgevangenen naar Bombay (hedendaags Mumbai) werd gebracht, brokkelde het administratieve apparaat langzaam maar zeker af en ontstond overal chaos en een ideaal klimaat ontstond om “even iets te lenen” of te frauderen. Leden van het weeskamerbestuur leenden in tijden van nood ook geld uit de schatkist, zonder daar een overeenkomst voor af te sluiten. Aangezien er geen enkel centraal Nederlands bestuursorgaan meer was, waren er ook geen controles op de boekhouding van de weeskamer en bleven verduistering van geld en het niet vastleggen van leningen, om over de terug betaling daarvan maar te zwijgen, lange tijd verborgen. Met de claim van Helena Weinsheimer kwamen de problemen aan het licht. Le Personne nam daarom zelf de touwtjes in handen, toen in oktober 1798 de grootmoeder van Helena, Elisabeth van der Werff, stierf. Le Personne wikkelde haar erfenis af. Ieder van haar negen kleinkinderen kreeg een erfdeel van 2.033 ropijnen, maar daarvan zat 11.543 ropijnen vast in een schuldbrief ten laste van de Joodse koopmannen Meier & Baruch die dit op dat moment niet terug konden betalen. Uit de boedelverkoop, die 3 dagen duurde, kwam een opbrengst van 6.686 ropijnen in contanten. Le Personne hield het erfdeel van Helena daarvan in.

Tijdens dit proces had Hermanus Mesman, een vriend van Le Personne, bedacht dat dit ook voor hem een buitenkansje kon zijn en hij vroeg daarom de weesmeester Hendrick Dirksz toestemming om met het jongere zusje van Helena, Elisabeth, te mogen trouwen. Hendrick Dirksz zag hier geen bezwaar in en gaf de toestemming. Haar voogd Johannes Wolff stond dit huwelijk niet toe, want hij vond haar als tienjarige veel te jong om te trouwen. Er ontstond een ruzie tussen Hendrick Dirksz en Johannes Wolff, waarbij Johannes alles uit de kast trok om het huwelijk te voorkomen. Wolff schreef brieven aan bijna elk lid van Nederlandse gemeenschap in Kochi, waarin hij hen op het wanbeheer van het weeshuis en zijn fondsen wees. Hij klaagde Dirksz. aan bij de raad van justitie en schreef zelfs naar de gouverneur van de East India Company in Bombay met het verzoek tussenbeide te komen om het leven van het meisje te redden. De raad van justitie kwam bijeen voor een speciale vergadering om de zaak te regelen. Op verzoek van Wolff werd besloten de zaak niet voor de rechter te brengen, omdat een juridische strijd en de kosten daarvan het vermogen van de wees verder zouden verarmen. De zaak leidde tot een lange discussie over de beslissingsbevoegdheid van het weesbestuur en de bevoegdheden van de voorzitter en de secretaris. Wolff citeerde de Bataafse statuten om het huwelijk niet toe te staan. Hij pleitte ervoor dat een jongen tot 21 jaar als minderjarig zou worden beschouwd en een meisje tot 18 jaar.[xiii] Het huwelijk ging inderdaad niet door op dat moment, maar nog geen vier jaar later trouwden ze alsnog op 16 februari 1802. Zij was toen 13, hij 35. Het is niet verwonderlijk dat Le Personne toetrad tot het bestuur van de weeskamer en in een later stadium werd beschuldigd van het zich toe-eigenen van het landgoed van Weinsheimer, het verduisteren van juwelen uit de erfenis en het verrijken van zijn vrouw ten koste van haar broers en zus. Le Personne zou overleden zijn in 1815 in Kochi en is mogelijk begraven op de begraafplaats.

 

Notes

[i] NA 1.04.02.14789 scans 0496 0497.

[ii] Reinier van Harn is geboren in Kampen op 12 december 1734 en overleden 16 maart 1789 in Kochi. Hij was de zoon van Wilhelm Willemsz van Harn en Aleida Schiers. Zijn broer was Mr. Johan van Harn, advocaat van het Hof van Gelderland. Hij trad op 31-12-1754 in dienst van de VOC als onderkoopman en vertrok met de Overnes. Aanvankelijk bleef hij in Batavia, maar werd in 1762 naar Souratte gezonden als soldijboekhouder. NA 1.04.02.6318 scan 002.

[iii] NA 1.11.06.11.1167 scan 0125

[iv] Hij overleed vóór 1806 in Batavia NA 1.11.06.11.1593 scan 0014.

[v] Willem Johannes overleed 8 oktober 1805 in Kochi  NA 1.11.06.11.1593 scan 0014.

[vi] Dopen in Cochin, Gens Nostra 1992

[vii] NA 1.04.02.6866 scan 0180 etc.

[viii] NA 1.11.06.11.1323 scan 0179 d.d. 10 oktober 1789.

[ix] NA 1.11.06.1359 scan 0221

[x] De jongste Johanna is dan niet meer in leven. Zij is tussen 8 februari en 2 augustus 1790 overleden.

[xi] NA 1.11.06.11.1372c scan 0133

[xii] Jean Gerard Le Personne, geboren 9 oktober 1771 in Zuilen en gedoopt in de Waalse kerk 13 oktober 1771. Zoon van Abraham en Anna Margaretha Dannewaldt begraven 3 juni 1802. Hij zou vier kinderen hebben gekregen Abraham John William, John Peter, Maria Elizabeth Wilhelmina en Maria Johanna.

[xiii] A. Singh; Fort Cochin in Kerala 1750-1830

  • Laatste update op .