Fort Kochi - Jacob Schoors
In mei 1673 zouden twee schepen van de VOC van de rede van Vlissingen vertrekken, dus werd er op de trommel geslagen om te vertellen dat er personeel gezocht werd. Op 20 april 1673 kwam Jacobus Schoor, 18 jaar oud, solliciteren bij het VOC-kantoor in Middelburg en werd aangenomen als assistent op het schip “de Bergeend” met een salaris van 24 gulden per maand.[i]
Zerk voor Jacob Schoors, ingemetsels in de muur van de kerk (foto René ten Dam, 2020).
De Bergeend was een hoeker, ontworpen voor de visserij, en kon door zijn afmeting van 24 meter lang en 6 meter breed volstaan met een kleine bemanning van 23 personen. Jacob moest onderweg het schrijfwerk verrichten en de soldijboeken bijhouden. De Bergeend vertrok op 26 mei 1673 uit Vlissingen en kwam in februari 1674 aan op Ceylon. Daar werd besloten dat Jacob als boekhouder in Tuticorin geplaatst werd. Hij viel al snel op door de bekwaamheid waarmee hij zijn werkzaamheden verrichtte en werd op 7 december 1678 op pad gestuurd met het schip Windhond om in Cannanoor kardemon te gaan kopen, maar eenmaal op weg werd hij op 20 december 1678 al benoemd tot plaatsvervangend opperhoofd van Cannanoor, het huidige Kannur. Hij werd ook meteen bevorderd tot plaatsvervangend onderkoopman.[ii]
Cannanoor was vooral van belang voor de handel in specerijen zoals peper, kardemon en kaneel. Jacob Schoors wist de banden met de lokale heersers te verstevigen zoals met de cartoen (regent) van Dermapatnam en met de opvolger van de oude koningin van Cannanoor, koning Collatry “een vast, seker en bondig contract van vreede ende eeuwig verbond, ofte soolang son en maan wesen sullen” zoals deze vast liet leggen in zijn paleis in Baliepatnam op de 23ec dag van Burtchigram (3 december 1680).[iii] Toen bleek dat Jacob ook kans had gezien de winst van de handelspost flink omhoog te krijgen, besloot de gouverneur van Cochin hem de definitieve rang van onderkoopman toe te kennen maar ook met terugwerkende kracht hem het daarbij horende salaris toe te kennen. Het moet een mooie beloning geweest zijn voor Jacob.
Tekening van het grafmonument van
Jacob Schoors
Niet alles liep op rolletjes. Zo werd op 8 april 1680 het schip de Baijpin waar mee Jacob van Cochin terug op weg naar Cannanoor was, overvallen door moren. Na bemoedigende woorden naar het scheepsvolk dat ze moedig moesten zijn en elkaar te helpen, werden zij zoveel mogelijk voorzien van wapens en vuurwerk. De vijf kanonnen aan boord werden geladen en afgevuurd. Onmiddellijk gaf Jacob de opdracht de kanonnen te herladen, maar de vijand was al te dichtbij gekomen en door de kracht die vrijkwam bij het afvuren vielen de kanonnen van hun affuit. Jacob stond al met een musket op de vijand te schieten en gaf orders de kanonnen weer te laden, maar een deel van de bemanning was de kajuit in gevlucht. Vanaf een tweede schip met moren werden er met stenen, pijlen, lansen en vuurpotten naar de Baijpin gegooid en ontstond er brand. Jacob was ondertussen aan beide wangen gewond geraakt en er zat niets anders op dan dat ook hij zich terugtrok richting kajuit waar hij de deur open wilde trekken om de bemanning tot de orde te roepen en te waarschuwen voor de brand. Hij vond hen daar achter een op slot zittende deur “daer altoemaal als schaapen op malcanderen stonden”. Hij riep hen toe te komen helpen, maar ze weigerden omdat ze niet voldoende bewapend waren en wel door de patrijspoorten van de kajuit met de weinige geweren die ze hadden konden schieten op de vijand. Toen de moren doorkregen dat de bemanning in de kajuit zat, werd deze open gekapt en smeten zij manden met brandend kapok naar binnen. Uiteindelijk werd de bemanning gepakt en overboord in hun vaartuigen gegooid. Hun gevangenschap duurde niet lang, want 28 april werd een verklaring over het gebeuren afgelegd. Jammer genoeg is niet bekend hoe ze weer vrijgekomen zijn.[iv]
In maart 1682 verzocht Jacob een paar maanden naar Cochin te mogen komen. Pieter van de Kouter kon hem zo lang als opperhoofd van Cannanoor vervangen. Op 25 april 1682 kon Jacob naar Cochin vertrekken. Hij was inmiddels 27 jaar en voor zo ver bekend ongetrouwd. Wilde hij naar Cochin om een vrouw te zoeken? We zullen het nooit weten. Op 22 juli 1682 overleed hij in Cochin en werd met gepaste eer begraven in de St. Franciskerk.
Noten
[i] NA 1.04.02.7250_0006
[ii] NA 1.04.02.1360_0822
[iii] CORPUS DIPLOMATICUM NEERLANDO-INDICUM. Third part, Dr. F.W. Stapel.
[iv] NA 1.04.02_1361_1111
- Laatste update op .