Waar zijn de begraafplaatsen van de tot slaaf gemaakten?

Plantage Leeverpoel (collectie Rijksmuseum)

Tot het einde van de negentiende eeuw kende Suriname buiten de plantages en Paramaribo nauwelijks een infrastructuur. Die was alleen te vinden in dat deel van de kolonie dat in cultuur was gebracht en daar waar het Kordonpad liep. Militaire posten langs dit pad moesten de plantages langs de Commewijne- en Surinamerivier beschermen tegen aanvallen uit het zuiden en oosten van de Marrons, gevluchte slaven. Uit de archieven blijkt dat officieren en soldaten die op de verschillende posten kwamen te overlijden, ter plekke op de desbetreffende post werden begraven. Heden ten dage zijn dan ook bij sommige voormalige posten graven van overleden soldaten te vinden. Waar geen wegen waren, werden plantages bereikt via de kreken en rivieren die op de kust uitmonden.

De plantages zijn drie eeuwen lang bepalend geweest voor de infrastructuur in Suriname, dus in zekere mate ook voor de locaties waar begraafplaatsen werden aangelegd. Bij de plantages ontstonden kleine dodenakkers, met name voor de eigenaren en hun familie. Soms worden nog restanten gevonden van grafmonumenten, maar veel plantages zijn weer opgeslokt door de natuur en wat nog rest van de kleine begraafplaatsen is daarmee vrijwel onvindbaar geworden. Slaven die door uitputting, uitbuiting of anderzins stierven, werden waarschijnlijk achter op de plantage begraven, maar zonder graftekens. Ook kwam het voor dat dode slaven in de rivier werden gegooid, dit gebeurde vooral vanaf de schepen. In 1669 was het nog toegestaan om dode slaven met gewichten aan het lichaam in het water te gooien, maar op drijvende lijken stond een straf van 500 pond suiker.[1] In 1801 was het helemaal niet meer toestaan om lijken in de rivier te werpen, op straffe van 500 gulden boete. Slaven die aan boord overleden, dienden op een geschikte plaats begraven te worden.[2]  

Er is tot op heden maar een beperkt aantal slavenbegraafplaatsen teruggevonden. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden menselijke resten gevonden op het strand van Matapica. Het bleek om een slavenbegraafplaats te gaan van de voormalige plantage Waterloo, die al lang geleden door de zee was weggespoeld.[3]

Begraven van tot slaaf gemaakten in Paramaribo

Omstreeks 1711 werden slaven aanvankelijk begraven onder de ‘oranjebomen’ langs het pad naar de gemeenschappelijke weide. Nadat dit niet langer was toegestaan werd een begraafplaats aangewezen ‘bij de eerste brugh aen de reghterhant van het padt gaende na d’Edele Societyts geweesene plantagie.[4] Op de kaart van Van Rey (1772) wordt melding gemaakt van een slavenbegraafplaats aan de overzijde van het Matrozen Kerkhof op de hoek van de Steenbakkersgracht en de Rust en Vredestraat. Op een kaart van 1800 wordt melding gemaakt van een slavenbegraafplaats op de Savanne (Wanicastraat), nabij de Justitieplaats. Deze begraafplaats liep door aan de overzijde van de Picorniekreek.

Bij Gouvernements Besluit van 1828 werd bepaald dat slaven ook elders dan op het gewone Slaven-Kerkhof konden worden begraven na afgifte van een permissiebiljet van de Commissaris van Politie, waarvoor f3,- moest worden betaald.[5]. Voorts werd bij Gouvernements Besluit van 1835 bepaald, dat slaven door hun eigenaren ook begraven mochten worden op ‘sLands Kerkhof Kettyrust, op last van een schriftelijke authorisatie van de Procureur-Generaal na betaling van de verschuldigde kerkgerechtigheid.[6]. Enkele maanden na dit besluit werd Ketty's Rust gesloten.

 

Noten

[1] Nationaal Archief, Den Haag, Oud Archief Suriname: Raad van Politie, nummer toegang 1.05.10.02, inventarisnummer 210. Reglement voor de schippers, 1669 februari 25 (scan 21-23). Tevens: West-Indisch plakaatboek dl. I en II (1973), pag. 35-37

[2] Nationaal Archief, Den Haag, Oud Archief Suriname: Raad van Politie, nummer toegang 1.05.10.02, inventarisnummer 221 No. 1379. Tevens: West-Indisch plakaatboek dl. I en II (1973), pag. 1206

[3] https://www.slavernijenjij.nl/de-erfenis-nu/skeletten-van-slaven/ (geraadpleegd 2-4-2018)

[4] Plakkaat van 30 november 1711, Aanwijzing van een begraafplaats voor de slaven.

[5] G.B. 1828, no. 29.

[6] G.B. 1835, no. 9

 

Header: Gezicht op de koffieplantage Leeverpoel in Suriname, anoniem, ca. 1700 - ca. 1800 (collectie Rijksmuseum)

 


Afdrukken   E-mailadres

Comments powered by CComment